Publicaties
Evaluatie bestemmingsplan buitengebied fase I |
| 8 december 2010 |
|
Tijdens de raadsvergadering van 7 december overhandigde Dhr. Nol van Drunen zijn rapport ‘Evaluatie bestemmingsplan buitengebied fase I’ aan Burgemeester Ruud Severijns. Dit rapport gaat over de wijze waarop het bestemmingsplan tot stand is gekomen (het 'proces') en niet over de inhoud van het bestemmingsplan. U mag gerust weten dat ik geschrokken ben van de conclusies van dat rapport. Wellicht komt dat omdat ik een "nieuwkomer" in de politiek ben. Het is in elk geval duidelijk dat hier voor alle spelers (Raad, College en Ambtenaren) veel te leren is.
Maar oordeelt u zelf over de conclusies: 1. Geen projectmatige aanpak. 2. Risico bij aanbesteding niet voldoende onderkend en geborgd. 3. Consequenties van veranderingen/wijzigingen op geen enkele wijze gemanaged 4. Steeds planningen die alleen haalbaar zijn als er zich geen onverwachte zaken voordoen 5. Relatief veel wisselingen van medewerkers op het dossier 6. Gebrek aan tijd om te communiceren 7. Grote inzet en deskundigheid van betrokken medewerkers 8. Voorbereiding van fase II nog niet echt begonnen 9. Historische kennis van bestemmingsplan buitengebied is niet meer aanwezig (en dus lastig voor fase II) Het klinkt misschien bot, maar bovenstaande lijkt wel een checklijstje "hoe laat ik mijn project mislukken". Dhr van Drunen doet de volgende aanbevelingen: 1. Bereid de politieke/bestuurlijke fase II goed voor. Vertrouwen en intentie zijn cruciaal. 2. Onderzoek de consequenties van de (nieuw) WABO op fase II. 3. Onderzoek de mogelijkheden voor (28) individuele aanpassingen van het bestemmingsplan in plaats van een "collectieve" aanpak voor al deze aanpassingen. Dhr van Drunen verwacht dat dit het tempo van de individuele zaken ten goede komt. 4. Zorg dat de personele formatie op orde komt. Het College B&W heeft hiervoor reeds aktie ondernomen. 5. Voer een onderzoek uit naar het functioneren en aansturen van de organisatie. Ook hiervoor heeft het College aktie uitgezet. 6. Maak een goed projectplan voor fase II. Dit moet breder zijn dan een "normaal" projectplan waarin o.a. aandacht wordt besteed aan de relatie tussen Raad en College, communicatie, risico-analyse. 7. Neem de tijd! Met name voor communicatie. 8. Indien de individuele aanpak (zie ook punt 3) niet mogelijk zijn, start dan de collectieve aanpak van fase II en communiceer daar ook over.
Bovenstaande roept veel vragen op; de meesten zijn ook door de pers na afloop zijn gesteld. De belangrijkste zijn:
Vraag: Wat betekent dit voor de geplande start van fase II per 14 december. Antwoord Jan Verhoeven: Twee akties zijn reeds door het college uitgezet. Nu eerst overleg met de Raad en de verantwoordelijk wethouder en dan besluiten over de planning.
Vraag: Er hebben zich veel persoonlijke wisselingen voorgedaan; wat waren de hoofdoorzaken hiervoor? Antwoord Nol van Drunen: Dat is niet zo 1-2-3 te doorgronden. We hebben met de Quickscan een breedte-onderzoek gedaan en niet alles in de diepte onderzocht. Reactie Raf Daenen: Dat wordt ook nog nader onderzocht.
Vraag: Zijn er vóóraf momenten ingebouwd waarop de Raad geinformeerd had moeten worden? Antwoord Nol van Drunen: Er is wel regelmatig gerapporteerd over de voortgang; maar het probleem is dat mensen vaak met voldongen feiten zijn geconfronteerd. Zo heeft de Provincie ook ingegrepen door beslissingen die zelfs van de ene op de andere dag ingrepen. En dus ook vertraging opleverde.
Met vriendelijke groeten, Paul van der Avort.
Als u meer informatie over dit onderwerp wenst: stuur een reactie |
| Naar boven |
Hoge molens vangen veel wind ... |
| 8 december 2010 |
|
Tijdens de raadsvergadering van 7 december hebben de heren Van Mensvoort (RWE - heeft Essent overgenomen) en Bos (van Bos & Van Rijn adviesbureau) een presentatie gegeven van een mogelijk toekomstig windparkje aan de noordzijde van de A58.
Het was een bijzonder informatieve bijeenkomst, en ik heb ter plekke een uitgebreid verslag meegeschreven. Maar toch kreeg ik het gevoel: "we kunnen ons hier nu heel druk over maken, maar ik moet nog zien dat er daadwerkelijk windturbines komen". Want:
Maar stel dat de Gemeente Oirschot besluit het bestemmingsplan geschikt te maken voor het ontwikkelen van zo'n windpark, dan blijft de hamvraag "is het voor RWE/Essent überhaupt wel financieel aantrekkelijk?"
Als u mijn mening vraagt: ik ben vóórstander van duurzame energie. Maar ik heb wel een paar zorgen. De belangrijkste is eigenlijk deze: als we nu het licht op groen zetten voor een park van 6 turbines, en de overheid besluit later om de minimale grootte op 9 turbines te stellen, komen er dan ineens 3 extra turbines bij? Simpel gezegd: zetten we de deur niet op een kier voor meer turbines die dan alsnog meer overlast veroorzaken? Uiteraard "verdwijnt" de gewonnen energie in het landelijke net. Maar wat is er voor Oirschot te winnen door het plaatsen van deze lelijke molens? Want het blijft natuurlijk lelijk: een paal die bijna 1.5 keer hoger is dan de Kerktoren met een rotor van ca. 80 meter...... Met vriendelijke groeten, Paul van der Avort.
Als u meer informatie over dit onderwerp wenst: stuur een reactie |
| Naar boven |
E = K x A
Tijdens de raadsvergadering van 9 november j.l. moest ik aan bovenstaande formule denken. Wellicht vraagt u zich nu af: wat heeft een raadsvergadering nou met formules te maken? Deze formule staat voor het volgende: het effect (E) van een voorstel wordt bepaald door de kwaliteit (K) van het voorstel keer de mate van acceptatie (A). Oftewel: het perfecte voorstel wat geen draagvlak heeft, zal ook geen effect hebben.Tijdens de raadsvergadering van 9 november is over verschillende moties gestemd. Zo had de ingezonden brief (die als motie was bedoeld) over de intensieve veehouderij duidelijk een ongewenst effect: veel discussie en emoties. Als ik daar met de formule-bril naar kijk: het ongewenste effect kwam doordat de kwaliteit van de brief te wensen over liet en mede daardoor de acceptatie bij de raadsleden bijzonder laag was.
Maar het kan ook anders: een ander onderwerp op diezelfde raadsagenda was de Bureau-Rapportage (Burap) van september.
Omdat deze Burap te wensen overliet, zijn er twee moties ingediend. Deze moties gingen over de onduidelijkheden en fouten in de Burap, het feit dat de raad achteraf werd geinformeerd in plaats van tijdig vooraf, en dat de betreffende wethouders niet goed bereikbaar waren.
Beide moties zijn zonder problemen overgenomen. Met dezelfde formule-bril: de kwaliteit was goed, én er was een brede acceptatie van de ingediende moties.
Kortom: de mate van acceptatie is in de meeste gevallen de doorslaggevende factor. Want hoe goed het voorstel ook is, als mensen het niet accepteren, gaat het niet werken. Dat is precies de reden waarom D66 groot voorstander is van burgerparticipatie. En burgerparticipatie begint met tijdige communicatie: je moet mensen laten meedenken in het beginstadium van de besluitvorming.
Het is daarom erg positief dat veel burgers nu hun kans grijpen om in interactieve sessies met "de politiek" de toekomst vorm te geven.
Dit mes snijdt namelijk aan twee kanten: meedenkende burgers verbeteren de kwaliteit van het voorstel (K) en zorgt voor meer acceptatie (A).
Met vriendelijke groeten, Paul van der Avort (burgerraadslid D66).
D66 was, is en blijft tegen megastallen. |
| Piet van Esch |
| 20-Nov-2010 |
|
Los van hetgeen men schrijft en leest.
De intensieve veehouderij is een moeilijke en ingewikkelde politieke materie. Als men hierover niet goed communiceert, bestaat het gevaar van het trekken van verkeerde conclusies en liggen onruststokers op de loer. Zeker als dit ook nog eens gevoed wordt door tendentieuze berichtgeving in de media. De geplaatste opmerking dat wij niet zouden reageren klopt als men de vorm van mail en huisbezoek niet mee telt. Daarom wil D66 met deze brief graag enkele zaken rechtzetten en verduidelijken. In de raadsvergadering van 18 november is door alle partijen duidelijk afstand genomen van de manier waarop PvdA meent zieltjes te moeten winnen. D66 zal zich tot deze taktiek nooit laten verlagen en laat zich evenmin verleiden tot het voeren van de oude politiek. Sommige berichten suggereren zelfs dat D66 afwijkt van haar verkiezingsprogramma, maar niets is minder waar. Kiezers, wij waren, wij zijn en wij blijven tegen megastallen zoals in ons programma verwoord. De simpele reden dat wij vóór de motie van het CDA hebben gestemd, is dat wij een betrouwbare partner willen zijn voor iedereen in de samenleving. Daar valt ook onder het nakomen van eerdere afspraken, maar dan wel afgezet tegen de huidige situatie. Deze motie is alleen bedoeld om de touwtjes in eigen handen te houden en niet te leggen in die van de provincie. Zodra de Provinciale Staten haar uitspraak heeft gedaan over de intensieve veehouderij zal de Oirschotse raad hierover een verstandig lokaal besluit nemen. Hierin is door D66 geen ruimte gereserveerd voor het bouwen van megastallen of ongebreidelde uitbouw van de veestapel. Wij zullen er alles aan blijven doen om te waken voor een goede balans in het buitengebied tussen natuur-recreatie en agrarische bedrijvigheid. Het buitengebied is nl. voor iedereen. Tevens zullen wij in onze beslissing de uitkomst van het binnenkort te verwachten gezondheidsonderzoek meenemen daar wij geen concessies doen aan de volksgezondheid, zoals in ons verkiezingsprogramma en in het coalitie-akkoord uitdrukkelijk is opgenomen. M.a.w. laat u niet verleiden om op de besluitvorming vooruit te lopen, want: D66 = niks mega. Over deze zaak en natuurlijk ook over andere onderwerpen debatteren wij graag met u tijdens onze openbare vergadering op 18 november in de Enck. Aanvang 20.00uur, waarop u van harte welkom bent.
Piet van Esch Fractieleider D66 afd. Oirschot-De Beerzen |
| Naar boven |



